Politieambtenaren kwamen in 2025 bij 2.674.702 incidenten ter plaatse; daarbij was in 25.404 gevallen geweld door de politie nodig. Hoewel de politie in 2025 vaker geweld gebruikte dan in 2024, is dat minder dan 1 procent (0,95 procent) van alle incidenten waarbij de politie ter plaatse komt. Het aantal incidenten waarbij mensen met onbegrepen gedrag betrokken waren, is licht toegenomen.
Dat blijkt uit de
jaarlijkse
rapportage over geweld door de politie. ‘De stijging van het aantal
geweldsaanwendingen is deels te verklaren door de toename van het totaal aantal
incidenten’, zegt portefeuillehouder Geweld Corry van Breda. ‘Ook het beter
registreren van geweld tegen zaken en de vele demonstraties waarbij licht
fysiek geweld noodzakelijk was, zorgt voor een toename, maar naar andere
oorzaken zouden we graag onderzoek doen.’
Minder registraties van geweld
Gevallen waarbij het vuurwapen is gebruikt, gevallen
waarbij een persoon meer dan licht letsel oploopt of wanneer de hulpofficier
van justitie daar aanleiding toe ziet, worden geregistreerd. In 2025 waren er
2238 van zulke registraties, minder dan in het jaar ervoor. ‘De politie is
bevoegd geweld te gebruiken als dat nodig is voor onze taak en als dat niet
anders kan’, vertelt Van Breda. ‘Het is erg belangrijk dat we daar transparant
over zijn. De samenleving verwacht terecht dat we geweld rechtmatig en zorgvuldig
toepassen. Daarom is het van belang inzichtelijk te hebben welk geweld wordt
toegepast, zodat we daarvan kunnen leren.’
Fysiek geweld meest toegepast
In 2025 kwam de politie bij in totaal 2.674.702 unieke
incidenten ter plaatse. Bij 25.404 van deze incidenten was geweld noodzakelijk.
Daarbij wendden 12.681 politieambtenaren samen 39.726 keer geweld aan. Tijdens
één incident kunnen meerdere politieambtenaren betrokken zijn en kan per
persoon meer dan één geweldsmiddel worden ingezet. Daardoor maakten
politieambtenaren in totaal 45.779 keer gebruik van een vorm van geweld.
In verreweg de meeste gevallen werd geen geweldsmiddel gebruikt en paste de
politie uitsluitend fysiek geweld toe, zoals vastpakken of duwen. Ook zijn
technieken gebruikt om een persoon onder controle te brengen. Met deze
technieken – bijvoorbeeld een polsklem of arm-overstrekking – kunnen
bijvoorbeeld demonstranten van een locatie worden verwijderd. Het gebruik van
een vuurwapen daalde in 2025 licht. In totaal gebruikten politieambtenaren 1679
keer het vuurwapen, waarbij zij in 212 gevallen gericht schoten. In 198
gevallen was dit tegen een ernstig gewond of agressief dier.
Stroomstootwapen
Het stroomstootwapen vervult een belangrijke rol in het
geweldsspectrum van de politie. Uit ervaringen met het gebruik van het
stroomstootwapen blijkt dat pepperspray en het vuurwapen minder vaak nodig
zijn. Pepperspray veroorzaakt doorgaans gedurende langere tijd een pijnlijk,
prikkelend en branderig gevoel. De impact van het stroomstootwapen is over het
algemeen minder ingrijpend. Hoewel de inzet voor de getroffene kortstondig
pijnlijk is, zijn de lichamelijke gevolgen meestal gering. Het letsel dat ontstaat
bij inzet van het stroomstootwapen is doorgaans beperkt. Dat is anders dan bij
pepperspray of het vuurwapen.
‘Het stroomstootwapen werkt de-escalerend’, legt Van Breda uit. ‘Dreigen met
het stroomstootwapen is vaak al voldoende om een situatie onder controle te
krijgen. Dat is precies de bedoeling: minder geweld en minder letsel voor de
getroffene. Zowel in de cijfers als in wetenschappelijk onderzoek is een
positief effect zichtbaar.
Meer incidenten met mensen met onbegrepen gedrag
Het aandeel geweldsincidenten waarbij mensen met
onbegrepen gedrag betrokken zijn, is licht gestegen. In 2025 ging het om 40
procent van alle geweldsincidenten. ‘Mensen met onbegrepen gedrag hebben niet
altijd politie nodig, wel hulp’, zegt Van Breda. ‘Dit vraagt samenwerken met
zorgpartners. Tegelijk zijn zulke situaties vaak onvoorspelbaar en daarmee
gevaarlijk; voor de betrokkene zelf én voor de omgeving. We blijven dan ook
investeren in de samenwerking met de zorg en in de vaardigheden van onze mensen
om hier goed mee om te gaan.’
Toetsing en vakmanschap
Als een politieambtenaar geweld gebruikt, meldt hij of zij
dit bij de hulpofficier van justitie. In zwaardere gevallen, of als de
hulpofficier dat nodig vindt, wordt dit geregistreerd en onderzocht. De
resultaten van het onderzoek worden bekeken door een onafhankelijke commissie
met deskundigen. Daarna beoordeelt de politiechef de zaak. Deze kijkt of het
geweld volgens de wet is gebruikt en of het past bij goed politiewerk. Deze
controle is vastgelegd in de wet. Het doel is verantwoording af te leggen en te
leren van elk gebruik van geweld. In ongeveer 1 procent van de gevallen voldoet
het geweld niet volledig aan de toetsingsregels.
‘Dat betekent niet automatisch dat het geweld onrechtmatig was’, besluit Van
Breda. ‘Er wordt ook gekeken naar vakmanschap en zorgvuldigheid. Bijvoorbeeld:
was er ruimte om de situatie te kalmeren en is er professioneel gehandeld? De
lessen uit deze zaken worden besproken in teams, gebruikt in trainingen en
kunnen leiden tot aanpassingen in het beleid.’